Men moet de waarheid niet verwarren met de mening van de meerderheid.
A. Janssens

dinsdag 26 oktober 2010

Hoe het kopen van een stof, een reisje naar het Midden-Oosten werd


 "Ik moet nog stof kopen voor mijn naailes morgen!" Zo werd ik zaterdagochtend wakker. Niet door het kletsen van de regen op mijn veluxraam, niet door het woelen van mijn vriend. Wel door het besef dat ik nog iets niet in orde had gebracht. Zo ben ik dan, alles moet geregeld en in orde zijn. En mijn grijze cellen, zoals Poirot ze noemt, helpen mij daar telkens opnieuw aan herinneren. Ik zal me niet snel overslapen voor een werkdag, te laat komen op een afspraak, een verjaardag missen. Punctueel ja, zo ben ik. Ik sprong dan ook uit bed, zo zacht mogelijk om mijn ronkende man niet wakker te maken, en maakte me klaar voor een tripje naar de Zijderoute. Dat is het dan ook geworden, een trip, een reis, een ontmoeting met een grote cultuur in één vreemd mannetje.
Hij hielp me de perfecte stof kiezen voor het blousje dat ik wil maken. Hij zei dat hij goed een stof kon kiezen omdat hij personen obeserveerde. Mijn eerste indruk was een getekende oude Iraanse man, hij ziet er waarschijnlijk ouder uit dan hij is, die graag een praatje maakt met zijn klanten. Alleen sprak hij niet over koetjes en kalfjes, over het vreselijke hondenweer dat Gent teisterde. Hij wilde zijn filosofische bedenkingen over het leven delen met mij. Toen hij bovendien vernam dat ik journaliste ben, was het hek helemaal van de dam. Hij zoog me in zijn wereld waarin ik de Perzische poëet Hafez ontmoette. Ik leerde hoe het lezen van één van zijn gedichten, mensen kon doen pauzeren, kon doen ademhalen in onze hectische maatschappij. Hij las me ze voor in het Farsi en ik hoorde de vertaling in mijn hoofd.  Ik leerde hoe Hamid, de tapijtenverkoper, houdt van het ontleden van mensen. Hoe de ¨Perzische cultuur en kunst, zijn ogen doet schitteren. Hoe hij geen afscheid kan nemen van geliefden en ook niet van Iran. Hij wilde me overtuigen dat het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten Al-Qaeda opgericht hebben. Dat de Islam mooi, puur en zuiver is. Dat het Westen slechte moslims gecreëerd heeft. En ik hoorde zijn theorieën aan terwijl ik wandelde door de stoffige straten in Teheran, met mensen sprak al zittend op een kelim en slurpte van mijn hete thee. Hij toverde het Perzische rijk in de overvolle stoffenwinkel...en ik werd wakker gerukt door de deurbel...Een nieuwe klant, een modebewuste homoseksuele man op zoek naar hét perfecte stofje. "Wat vind jij van homo's", vroeg Hamid. En ik zag geen Teheran en geen zon meer, maar de koude regen in de Gentse straten...

dinsdag 19 oktober 2010

Et maintenant en Néerlandais

De taalstrijd, een historisch feit in het politiek ingewikkelde België. We zijn het misschien al vergeten dat onze voorouders gestreden hebben om Nederlands te kunnen spreken. We zijn opgegroeid met de vanzelfsprekendheid onze eigen taal te spreken, in onze eigen taal te studeren, boeken uit de hele wereld in het Nederlands vertaald te kunnen lezen. Maar dat is niet altijd zo geweest. We zijn bovendien zeer enthousiast om andere talen te leren en te spreken. We pronken er zelfs mee op onze cv. Ook ik schep er vaak over op tegen mijn Franse vriend, in wiens land de Franse taal nog steeds tot het hoogste goed gerekend wordt en het spreken van een andere taal een rariteit is. Belgen zijn immers zeer open minded in tegenstelling tot Fransen. We switchen zo naar het Frans en naar het Engels wanneer het nodig is. Ik overdrijf een beetje, maar je begrijpt wat ik wil zeggen. Wat ze ook in het buitenland beweren over België, we zijn toch zo verdraagzaam tegenover andere talen. Nou had ik het even mis. Gisteren kwam die 'strijd' in een klein cafeetje weer boven piepen. Het communautaire politieke beest heeft als een inktvis zijn tentakels op mijn leefwereld vastgezet. Mijn Franse vriend, een romantische violist uit de Provence, treedt zo nu en dan met zijn Franse groep op in gezellige Gentse cafeetjes.  Je zou ze moeten zien, rasechte Fransmannen, die de sterkte van onze talrijke bieren vaak fout inschatten.  Gisteren trad de groep op in zo'n café, rock en Franse chanson...Een genre waarin de schoonheid van de Franse taal mooi tot uiting komt. Toen de zanger het publiek bedankte in het 'Engels', als je het al Engels kan noemen, riep een misnoegde Vlaming: "Et maintenant en Néerlandais". De Fransman wist niet waar hij het had, hij stamelde een 'beeedankt' uit en ging verder met zijn babbel.  Maar daar bleef het niet bij. De man wilde absoluut praten met de zanger, even zijn mening zeggen over dé Walen, over de slecht behandelde Vlamingen, over het communautaire spook dat bij iedereen meer en meer binnensluipt door de slechte politieke situatie. En hij wilde die uitleg in het Nederlands doen...Hoe vaak de zanger ook herhaalde: "je suis français, je suis français, je ne suis pas Belge, je ne parle pas le Néerlandais", het mocht niet baten. De misnoegde Vlaming zou en moest zijn mening even zeggen en het beeld van de verdraagzame Vlaming die vele talen en culturen omarmt met één zin teniet doen. Et maintenant en français....